Kanaalroute: Frankrijk

De zomer van 2019 voltrok zich ongeveer net zoals die van 2018 met stabiel, warm en droog weer. Op 25 juli hadden we zelfs de hoogste temperatuur ooit gemeten in ons doorgaans zo koude kikkerlandje: 40,7 graden! Totdat twee weken later zich een immens lagedrukgebied meester maakte over onze regio. De temperaturen kelderden en de herfst leek zijn intrede al te doen. Precies op het moment dat ik mijn laatste opdracht inleverde en klaar stond om te vertrekken. Fiets gepoetst, tassen ingepakt. Zul je altijd zien…

Gelukkig brak de zomer opnieuw door en ben ik waar ik nu ben: op het veer van Vlissingen naar Breskens. Hier begin ik een nieuw fietsavontuur. Vandaag, op 19 augustus 2019 start ik met de Kanaalroute!

01

De globale planning: met een aanloop langs de Vlaamse kust toer ik richting Normandië en Bretagne, alwaar ik via de Kanaaleilanden de oversteek maak naar Engeland. Langs de zuidkust laat ik mij terugwaaien naar Dover en keer ik weer terug naar het Europese vasteland.

De start in Breskens is gelijk pittig. Een stevige zuidwestenwind waait – op zijn Rotterdams gezegd –recht op m’n muil. Dit zou ideaal waaierrijden kunnen zijn, ware het niet dat er geen waaier is. Ik ben namelijk in mijn eentje. Het is dus bikkelen geblazen. Met een gemiddelde van nog geen 18 km/u passeer ik de Belgische grens.

De eerste dag volg ik de kustroute van Knokke naar De Panne. Ik zeg: één keer maar nooit weer. Allemachtig, wat een lelijkheid. Allemaal grijsbruine appartementen en torenflats, volgepakte en schaduwrijke boulevards, nauwelijks een stukje natuur of duin te ontwaren. Een standje voor de Belgische ministeries van infrastructuur uit de jaren ’60, ’70 en ’80. Hoe kun je een kust zo toetakelen…

 

Gelukkig is na zo’n 70 kilometer het lijden voorbij. Na een doldwaas bezoek aan Plopsaland De Panne, draai ik het noorden van Frankrijk in. Het is hier leeg en vlak, maar het herbergt enkele mooie vestingstadjes als Bergues en Gravelines. Dit deel van Frankrijk heeft Vlaamse roots, want ik had net zo goed Bergen en Grevelingen kunnen zeggen en je kunt hier ook met speels gemak nog een goed glas Duvel of Rochefort bestellen.

Calais is de hoofdstad van dit departement. En hoewel vaak negatief in het nieuws met vluchtelingen en tentenkampen, is het een leuke havenstad met een mooie, brede boulevard. Het is een heldere dag, dus 33 kilometer verderop zijn ze te zien: de witte krijtrotsen van Dover. Daar hoop ik over zo’n drie weken terug te keren.

 

Vanaf Calais wordt het heuvelachtiger en gaat de route wat vaker het binnenland in. Een aantal keren kruist de Kanaalroute de EuroVelo 4. Dit is een 5000 kilometer langeafstandsroute die loopt van Kiev in de Oekraïne tot in Brest in Bretagne. Soms volg ik de één, soms volg ik de ander. Net naar wat beter uitkomt. Beide routes komen uit in Le Crotoy en dat is logisch. Als je even door de hordes toeristen en vakantiegangers heen kijkt, zie je een pittoresque plaatsje aan een grote, komvormige baai. Het zal me niets verbazen als Le Crotoy een stedenband heeft met Rockanjé-sur-Mer in les Pays-Bas, want net als zijn Zuid-Hollandse evenknie kun je met gemak honderden meters het water inlopen zonder dat ook je enkels maar nat worden. En Le Crotoy heeft net als Rockanje golven van – houdt u vast – wel 5 centimeter hoog!

 

De volgende dag heb ik voor het eerst wind mee. Ik zoef onder een strakblauwe hemel via indrukwekkende krijtrotsen en leuke kustplaatsen als Saint-Valery-sur-Somme, Ault en Criel-Plage naar Pourville-sur-Mer.

 

Tot nu toe loopt het allemaal op rolletjes, als je tenminste de val van mijn blikje Nivea niet meetelt. Ja, dames en heren, op woensdag 23 augustus 2019 om 19.05 uur op camping La Falaise in Equihen-Plage voltrok zich een ramp die zijn weerga niet kende. Naar goed gebruik smeerde ik ’s avonds voor de tent mijn zonverbrande huidje in: eerst het gezicht, de armen, de benen en tot slot de voeten. Geen idee hoe het kwam maar voordat ik er erg in had lag mijn donkerblauwe blikje Nivea-crème in het droge gras. Geheel volgens de Wet van Murphy: het blikje had natuurlijk met de bodem in het gras kunnen vallen, maar het viel met de bovenkant omlaag. Ik wil geen medelijden opwekken, maar ik heb toch zeker tien minuten grassprietjes uit de crème moeten vissen.

Om dit enorme leed te verwerken houd ik in Pourville-sur-Mer rustdag op camping Le Marqueval. Een goede, maar eigenaardige camping. Eerst de goede kant: ik mag mijn tentje opzetten op een prachtig grasveld aan een meer met uitzicht op grazende koeien en groene heuvels. De stilte is overweldigend. Maar aan de andere kant van de camping ziet de wereld er heel anders uit. Een mini-zwembad. Overbevolkt. Volledig geanimeerd. Springkussen. Geen overweldigende stilte maar Capfun/Plopsaland-housemuziek en schreeuwende, rondrazende kinderen. Omdat het bloedheet was, heb ik de volgende dag – toen nog rustig was – nog wel een uurtje aan het zwembad gelegen, maar toen een getatoeëerd Frans gezin op twintig centimeter van mijn ligbed kwam zitten en al peuken rokend hun kroost begon uit te kafferen, heb ik mijn heil toch maar even ergens anders gezocht.

 

De dagen daarna rijd ik verder Normandië in. Het landschap van dit departement kun je het best omschrijven als Zuid-Limburg aan de kust. Als je namelijk het binnenland inrijdt, ziet het er uit alsof je in de omgeving van St. Geertruid of Schin op Geul aan het fietsen bent: rollende, groene heuvels, smalle landbouwweggetjes en uitgestrekte graanvelden. Daal je vervolgens weer af, dan zie je een strakblauwe zee afgetekend tegen witte krijtrotsen. Deze tegenstelling zie je ook in drukte. Waar je in het binnenland geen hond tegenkomt, is het aan de kust een poppenkast van jewelste. Kermis, braderieën en massa’s mensen. Het is duidelijk te zien dat de Fransen nog vakantie hebben. Ik vermoed dat je hier in het najaar een kanon kunt afschieten.

 

In Yport sta ik op de camping met het mooiste uitzicht tot nu toe: Le Rivage. Hier raak ik aan de praat met de avontuurlijke Duitse Katrin, die net als ik langs het Kanaal toert. Zij iets meer op de bonnefooi, ik iets meer gestructureerd 😉. Na het avondeten nodigt ze mij uit om haar fles rosé mede soldaat te maken. Iets waar ik me graag voor opoffer. We nemen plaats op het terras met uitzicht op Yport, de kliffen en Het Kanaal. Zij kletst in haar slechtste Engels, ik in mijn nog slechtere Duits.

 

Tussendoor leg ik nog even snel mijn powerbank aan de lader in het toiletgebouw twintig meter verderop. Na anderhalf glas wil ik hem weer ophalen, maar de plek waar ik hem had neergelegd, was leeg. Powerbank weg. Foetsie. Gejat. Ik verfoei mijzelf dat ik hem daar ’s avonds nog heb neergelegd zonder dat ik er 100% zicht op had. Had ik nu maar nooit gezegd dat alles op rolletjes loopt. Dit zul je altijd zien…

Gelukkig leer je in dit soort gevallen dat de wereld voor het overgrote deel bestaat uit vriendelijke, behulpzame mensen en slechts voor een paar procent uit rotte appels. Katrin stelt me gerust en helpt – tegen beter weten in – nog met zoeken. Van de campingeigenaar krijg ik zelfs zijn eigen lader. Zomaar. Hoe vriendelijk. Ook geeft hij me een tip: acht kilometer terug zit een grote elektronicazaak: Leclerc, vlak onder Fécamp.

Ik fiets er de volgende ochtend gelijk naartoe en gelukkig hebben ze wat ik zoek. Ik kies voor twee kleinere powerbanks in plaats van één grote. Risicospreiding. De ene doe ik in mijn stuurtas en de andere stop ik diep weg in mijn zijtas. Mocht er nu één gejat worden, heb ik altijd de andere nog. Tja, reizen met alle moderne elektronica heeft zo zijn voordelen, maar als je maar íets kwijtraakt, ben je al gauw onthand.

Eind goed al goed. Ik vervolg mijn weg via het overschatte en wederom pleurisdrukke Étretat. Deze plaats staat bekend om zijn gat in een krijtrots. Iets waarvoor je eerst 10.000 Japanners met parapluutjes moet wegduwen om het te kunnen zien. Foto maken en wegwezen. Volgende stop: Le Havre. Dit lijkt me een mooie stad, maar omdat ik vandaag – vanwege de zojuist beschreven powerbanksoap – wat later ben, kies ik ervoor om door te scheuren.

Na Le Havre volgt het absolute dieptepunt van de tocht: zo’n 15 kilometer door havengebied. Geen fietspaden en met rakelings passerende vrachtauto’s. Die echt niet zachter gaan rijden omdat er zich een rare Hollander met fietstassen helemaal rechts tussen streep en bermrand een weg probeert te banen. Echt heel vervelend. Gelukkig doemt al snel de Pont de Normandie op. Een architectonisch hoogstandje over de Seine, die wel wat wegheeft van de Erasmusbrug. Zij het iets minder imponerend. 😉

 

Na de Pont de Normandie is het rechtsaf naar Honfleur. Weer een prachtig stadje, maar ook weer vol-le-dig overlopen door massatoerisme. Wat zonde toch. In een doodgewone straat, die bedoeld is voor autoverkeer en – vooruit – een verdwaalde toerfietser, is er geen doorkomen aan. Ik moet me met fiets aan de hand door het dralende en slenterende gepeupel wurmen. Irritant.

Gelukkig wordt het na Honfleur beter. Na weer een sessie ‘Zuid-Limburg’, daal ik af naar kustplaats Houlgate. Vanaf hier ziet alles er opeens heel anders uit. Modain, brede lanen en mooie, rustige fietspaden pal langs het strand. Zo kan het dus ook!

Ik beland op een heel fijne camping in het plaatsje Ouistreham. Net zoals ik de dagen erna op hele fijne campings sta in Port-en-Bessin en La-Haye-du-Puits. Deze campings kloppen gewoon. Ruime plekken, genoeg douches en toiletten, elektriciteit bij de tent (dus geen ‘powerbank-in-toiletgebouwen-gedoe’), een barretje, een zwembad. Kortom, je drinkt een biertje, neemt een duik in het zwembad, loopt een stukje naar de supermarkt alwaar je een bakje couscous en salade koopt en deze verorber je liggend in de zon voor de tent. Hoe simpel kan een vakantie zijn…

 

Ik ga nu even in één alinea door deze twee dagen heen en dat is volledig onterecht. Vanaf Ouistreham liggen namelijk verscheidene stranden luisterend naar de namen ‘Sword’, ‘Juno’, ‘Gold’, ‘Omaha’ en ‘Utah’. Ook wel bekend als de invasiestranden waar 75 jaar geleden de geallieerden aan land kwamen om Europa te bevrijden. Wow, wat was dit indrukwekkend: diverse musea, tientallen standbeelden en honderden monumenten. Maar wat op mij de meeste indruk maakte waren de duizenden foto’s van soldaten die op elke lantaarnpaal langs deze circa 100 kilometer lange route hingen. Waarschijnlijk soldaten die in de uren na de invasie om het leven waren gekomen. Britten, Canadezen, Amerikanen. Met elke kilometer die je fietst, besef je je ineens dondersgoed wat zich hier allemaal heeft afgespeeld driekwart eeuw geleden.

 

Ik doorkruis het schiereiland Cotentin (waar Cherbourg op gelegen is) over een aardige Via Verde. Na een heerlijke, zonovergoten rustdag in La-Haye-du-Puits ga ik de laatste drie dagen in van het Franse deel van deze ‘Tour de la Manche’ (oftewel de Ronde van Het Kanaal).

Het valt me op dat aan deze kant van het schiereiland de vegetatie langzamerhand verandert. Je ziet planten die je ook in Zuid-Frankrijk ziet en je ruikt dezelfde geur van dennenbomen zoals in Spanje. Zelfs zie je geregeld palmbomen. Met daarbij de wolkenloze lucht en het blauwe zeewater voelt het alsof je langs de Méditerranée rijdt. Ik heb me laten vertellen dat dit komt door de Warme Golfstroom en dat al deze kenmerken zich ook voordoen op de Kanaaleilanden en aan de Zuid-Engelse kust.

 

De dag erna zou volledig in het teken moeten staan van de Mont-Saint-Michel. Het zicht van de overkant van de baai, het zicht vanaf de oostkant en het zicht frontaal. Allemaal prima gelukt als je de foto’s ziet:

 

Alleen was dit bijna de dag geworden dat het hele feest niet was doorgegaan. In het plaatsje Pontaubault, zo’n 10 kilometer voor de Mont-Saint-Michel en na een bezoekje aan de plaatselijke boulangerie, rijd ik een stoepje af. Zoals ik al honderden keren met mijn toerfiets een stoepje afgereden ben. Alleen, nu hoor ik een doffe knal. Ik kan geen trap meer doen. De fiets zit vast. Al gauw zie ik wat het euvel is. Mijn bagagedrager is ingezakt doordat beide onderste schroeven afgebroken zijn.

 

Dit is niet iets wat ik zelf kan verhelpen. Ik heb wel reserveschroeven bij me, maar geen materiaal om die afgebroken schroeven eruit te krijgen. Ze zijn precies afgebroken op het punt waarin de ze in het frame gaan. Ik kan nergens grip krijgen om de schroeven eruit te draaien.

Tja, en daar zit je dan. Op een bankje in een dorp van niets. De eerste fietsenmaker zo’n 60 kilometer verderop. Die dicht is omdat het zondag is. Dit wordt sowieso minimaal een dag vertraging en wie weet wel einde fietstocht, zo gaat er door mij heen. Ik laat mijn hoofd tussen mijn knieën zakken en denk na.

Maar erg lang heb ik niet om na te denken, want ineens is hij daar: ‘mijn engel’. Een Franse kerel van ca. 50 jaar passeert me met een stokbrood onder zijn arm van dezelfde boulangerie. Hij vraagt wat er aan de hand is en ik laat hem verdrietig / wanhopig mijn hoopje ellende zien. Hij brabbelt wat in het Frans en zegt zoiets als: ‘Niet weggaan, ik woon in de buurt, ik haal spullen’. Niet veel later komt hij terug met een rugzak vol materiaal: een elektrische boor en een hoop tangen. En ik weet niet hoe hij doet, maar luttele minuten later heeft hij beide afgebroken schroeven eruit gepriegeld! Lachend draaien we gezamenlijk mijn reserveschroeven erin. Op het moment dat ik hem de grootste knuffel wil geven die ooit in de mensengeschiedenis gegeven is, zegt mijn engel adieu en loopt weg alsof er niets gebeurd is. Alsof hij dagelijks toerfietsers in nood redt. Maar ik weet dat deze ‘handyman’ zojuist mijn fietstocht gered heeft! Ik slaak een hele, hele diepe zucht en ik neem me voor nooit meer een stoepje te nemen met mijn volgepakte fiets.

De laatste etappe voert naar Saint-Malo. Een plaatje van een stad. Oude vestingmuren, een grote jachthaven, verschillende strandjes en sfeervolle pleintjes.

 

Een mooie afsluiter van het eerste deel van de Kanaalroute. Al circa 1000 kilometer op de teller. Vanavond stap ik op de ferry naar Jersey voor het Engelse deel van dit fietsavontuur.

Au revoir!

Zie vervolg: https://gijsvanraamsdonk.wordpress.com/2019/09/12/kanaalroute-engeland/

datum etappe km Verblijf
ma 19-8 Breskens à Westende 80 camping Westende **
di 20-8 Westende à Oye-Plage 85 camping Clairette ***
wo 21-8 Oye-Plage à Equihen-Plage 79 camping La Falaise ***
do 22-8 Equihen-Plage à Le Crotoy 92 camping Le Prairie ***
vr 23-8 Le Crotoy à Pourville-s-Mer 92 camping Marqueval ****
za 24-8 rustdag
zo 25-8 Pourville-s-Mer à Yport 84 camping Le Rivage ****
ma 26-8 Yport à Honfleur 78* camping Le Phare ***
di 27-8 Honfleur à Ouistreham 68 camping Le Rive Bella *****
wo 28-8 Ouistreham à Port-en-Bessin 50 camping Port’land *****
do 29-8 Port-en-Bessin à La Haye-du-Puits 84 camping Les Haizes *****
vr 30-8 rustdag
za 31-8 La Haye-du-Puits à St-Pair-s-mer 84 camping Étoile de Mer ***
zo 1-9 St-Pair-s-mer à St Marcan 77 camping Le Balcon de la Baie ****
ma 2-9 St Marcan à St Malo à Jersey (per boot) 44

* +16 km (vanwege omrijden kopen powerbank)

 

Dit bericht werd geplaatst in Fiets- en vakantieverhalen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s